Visie op onderwijs

De drie pijlers van ons onderwijsconcept

Het onderwijs op OBS De Wiksel kent drie belangrijke pijlers:

  • Het pedagogisch klimaat is optimaal;
  • Er wordt gewerkt vanuit leerdoelen door de leerkracht  en de leerling - de leerkracht vertaald de onderwijsbehoefte van een leerling naar een effectieve aanpak
  • De leerling is eigenaar van het eigen leerproces

Pedagogisch klimaat
De school zet in op een positief pedagogisch klimaat. Binnen dat pedagogische klimaat is er ruimte in gebondenheid. Omdat er beperkt ruimte is als je met veel leerlingen bent.  Ruimte krijgen en geven is dus een kernwaarde.
Iedere leerling wil zich veilig voelen. Dat kan als iedere leerling zich inzet voor de eigen veiligheid en die van de andere leerling. Iedere leerling wil ‘ruimte’ om er te mogen zijn. Dat kan alleen als alle leerlingen ruimte aan elkaar geven.  Dat maakt dat alle leerlingen even veel verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de sociale omgeving die OBS De Wiksel heet.
Het team maakt gebruik van verschillende instrumenten, om met de leerlingen, actief te werken aan een positief pedagogisch klimaat. Er wordt gewerkt met een aanpak die op andere scholen haar effectiviteit heeft bewezen: de Vreedzame school.

Leerkrachten zijn zich bewust van hun rol als opvoeder en voorbeeldfunctie. Zij houden zich aan de gedragscode die is vastgelegd. In de eerste weken van het schooljaar wordt er in elke groep geïnvesteerd in de groepscohesie. We noemen dat de gouden weken. In deze periode is er veel aandacht voor de manier waarop we elkaar omgaan en welke klassenregels dat kunnen ondersteunen.
Leerlingen wordt geleerd om te gaan met onprettig gedrag van een andere leerling. Of dat nu plagen of pesten is dat maakt niet uit. De leerling die met dit gedrag wordt geconfronteerd wil dat het ophoudt. Leerlingen leren om STOP te zeggen en de ander duidelijk te maken dat het direct moet ophouden. Lukt het niet dan is de gang naar de leerkracht de volgende stap. Maar eerst zelf oplossen is het devies.
Om te leren conflicten zelf op te lossen wordt ook gewerkt met mediatie. Leerlingen treden als op als mediator. 

Werken vanuit leerdoelen en onderwijsbehoeften vertalen in een effectieve didactische aanpak
Concreet betekent dit dat elke dag leerdoelen voor tenminste twee vakken op het bord staan vermeld. Het leerdoel staat in de ik-vorm op het bord.  Er wordt elke morgen en middag voldoende tijd ingeruimd voor terugkoppeling waardoor wordt vastgesteld of het leerdoel is gehaald. De leerling krijgt feedback op zijn of haar leren. Dus na de vraag ‘hoe ging het’ volgt ook de vraag: ‘wat heb je geleerd’ en ‘hoe heb je de oplossing gevonden’?  Elke dag staat de leerkracht stil bij de wat en hoe vragen. De terugkoppeling vindt plaats voor de ochtend pauze, voor de middagpauze en aan het einde van de middag. Het uitgangspunt is dat elke leerkracht op onze school gebruik maakt van de meest optimale didactische aanpak per vakgebied. De leerkracht maakt gebruik van de meest effectieve aanpak. Deze aanpak is effectief voor de meeste leerlingen. In het geval dat een aanpak bij een leerling niet leidt tot de verwachte leerresultaten volgt een analyse van het leerproces van een leerling. Op basis van deze analyse wordt een andere didactische aanpak ontwikkeld die de betreffende leerling ondersteunt bij het verwerven van de leerdoelen. De leerkracht is in staat om de analyse uit te voeren en is bekend met verschillende didactische werkvormen. 

De leerkracht werkt met groepsplannen per blok voor rekenen, spelling en  begrijpend lezen; Het werken met groepsplannen is een manier om zichtbaar te maken wat je doet als leerkracht in de groep. De leerkracht werkt met een groep leerlingen, planmatig, aan het behalen van leerdoelen. Maar niet alle leerlingen zijn hetzelfde. Ze verschillen in intelligentie en in de manier waarop ze leren. In het groepsplan is beschreven welke leerdoelen moeten worden behaald,  welke leerstof daarvoor wordt ingezet, welke leerlingen een aanpassing in leerstof en  didactiek  krijgen en hoe de onderwijsleersituatie is georganiseerd(instructie, zelfstandige verwerking, toets en analyse). Als het groepsplan goed is opgezet is het handelingsgericht en opbrengstgericht werken  van de leerkracht daar concreet uit af te leiden.

Op OBS De Wiksel wordt gewerkt met groepsplannen per blok of thema.
In groep 1 en 2 is het onderwijsprogramma opgebouwd aan de hand van thema’s. De thema’s hebben  een directe relatie met de belevingswereld van de leerlingen in die leeftijd.  De thema’s worden uitgewerkt in groepsplannen waarin de leerdoelen zijn opgenomen en uitgewerkt. De leerdoelen zijn ontleend aan een ontwikkelingsmodel voor jonge  kinderen.  
Vanaf groep 3 wordt gewerkt met groepsplannen per blok voor de vakken rekenen, spelling en begrijpend lezen.
De groepsplannen functioneren als een instrument om de voorbereiding  te organiseren en als verantwoordingsdocument.
Het groepsplan gaat vergezeld van een analyse van de opbrengsten. Na aanleiding van de toets volgt een analyse van de resultaten. Zijn alle leerdoelen behaald? Welke leerdoelen zijn niet behaald? Zijn leerdoelen door de hele  groep of door een enkele leerling niet gehaald? Wat is de oorzaak van het niet halen van een leerdoel? Welke interventie is nodig om het leerdoel alsnog te behalen. Er volgt een tweede toets om vast te stellen  of het leerdoel alsnog is behaald. Is dat het geval dan wordt het blok afgesloten.  Als het niet is gelukt moet de analyse worde uitgevoerd en  een tweede interventie worden bedacht. Of deze direct wordt uitgevoerd of in een later stadium is aan de leerkracht. Ook voor de analyse van de opbrengsten is een format uitgewerkt. Dit format wordt ingevuld en opgeslagen achter het groepsplan van het betreffende blok.

De leerling is eigenaar van het eigen leerproces
Er wordt gewerkt op een manier waardoor de leerling meer en meer zich eigenaar voelt van zijn eigen leerproces en ontwikkeling. Leerdoelen worden met de leerling  besproken en gemaakt werk wordt zoveel mogelijk nagekeken door de leerling zelf. Bij rekenen en spelling wordt de toets bij het begin van een blok afgenomen.
De uitkomst van de vooraf toets wordt met de leerling besproken. De leerling benoemt zelf de leerdoelen die nog niet of onvoldoende worden beheerst en bedenkt met de leerkracht welke instructie en oefenstof nodig is om de leerdoelen te halen .
Zelfcorrectie wordt maximaal ingezet. De leerlingen vanaf groep 4 kijken het werk zelf na. Het streven is maximale zelfcorrectie als instrument om de leerling te laten leren en zelf verantwoordelijk te laten zijn voor de eigen prestaties. De leerkracht is in beeld als de leerling teveel fouten  maakt  en / of niet leert van het zelf nakijken. Dit vraagt van de leerkracht een actieve houding. Elke leerling kijkt regelmatig na onder het wakend oog van de leerkracht. Zelf fouten corrigeren wordt ook als vaardigheid geoefend door de leerlingen. De leerkracht bewaakt of leerlingen op een leerzame manier gebruik maken van zelfcorrectie.